OCR
XXXI Tractatus de privilegiis pauperum per Joannem Fabri de Werdea in studio Liptzensi compositus. Lipsiae per Jacobum Thanner. 4. Want den naam der geboorteplaats van dezen schrijver betreft, valt op te merken, dat in Werdea de tweedde lettergreep lang moet uitgesproken worden, blijkens het voorlaatste distichon : Hec metra cum rytmis finxit Werdea magister Quem deus a viciis omnibas exoneret. Dezce Proverbia Metrica bevatten 924 Latijnsche verzen, meest in disticha — enkele malen ook in tetrastticha — afgedeeld en in Duitsche verzen overgebracht; zoodat het aantal Proverbia, die echter liever Gnomaae of Sententiae behoorden genoemd te zijn, slechts 428 beloopt. Het boekje, dat niet algemeen bekendd schijnt te wezen, wordt menigmalen aangehaald door Zarncke in zijne uitgaaf van Sebastian Brantts Narrenschiff (Leipzig, 1854. 8°.) Reeds vroeger had deze Geleerde op het gewicht van dezen en derrgelijke Gnomographi gewezen. In zijn Habilitations-geschrift Der Deutsche Cato (Leipzig, 1852. 8°.) schrijft hij namelijk p. 1. vAus der grossen masse gnomischer poesien, welche, namentlich während des "mitteblalters, die zu dieser gattung überhaupt geneigte deutsche literatur hervorgebracht hat, ist bisher “nur dder Vridanc — genauer bekannt geworden; das gesammtgebiet dieser gattung aber ist noch keines„wegs i überséhen und einer einigermassen gleichmässigen bearbeitung unterworfen worden. Und doch darf “behaunptet werden, dass gerade dieses feld unserer literatur einer solchen am meisten bedarf, und dass "kaumi auf einem andern gebiete das einzelne so sehr seine beleuchtung vom ganzen aus empfängt, wie “hier. Eine ganz besondere beriicksichtigung verdienen in dieser hinsicht die lateinischen spruchgedichte, „die maan bisher fast gar nicht beachtet had. Der Cato, Facetus, Moretus, Floretus — — des-Johannes „de WVerdea in Leipzig umfingliche und nicht gering anzusel lagende thätigkeit in dieser richtung, werden „kaumı wenigen nur dem namen nach bekannt sein. Und doch muss man sie kennen, bevor man sich das riichtige gefühl zur beurtheilung der deutschen spruchgedichte erworben hat.” Eenee latere uitgaaf van deze Proverbia, waarin echter het Duitsch is weggelaten, verscheen — met eene Laatijnsche opdracht aan de Studiosa Iuventus — onder dezen titel: Egregia venerabilis magistri -Ioannis de Werdea proverbia. Magnam philosophie partem iin se continentia. Studiose iuventuti ornatissime edita. (In fine, p. 38.) M. Tohannes otmar cet Erhardus ocellus Reitlingi. expensis Indoci birlin Vindelicorum impresserunt Augustae /Anno 1.50.5. TELOS Deze> uitgaaf — waarin soms de gnomae verplaatst zijn — bevat slechts 919 Latijnsche verzen. De beide lilaatste disticha namelijk zija weggelaten en achter v. 197 is de pentameter uitgevallen van het distichoon Discipulus spernens imitari verba magistri Huic, puto, suspensor iure magister erit. 25. Peder Lolles Samling af danske og latinske Ordsprog, optrykt efter den ældste Udgave af Aar 1506, og med Anmærkninger oplyst af R. Nyerup, Kjôbenhavn, 1828. 8°. (pp. xxvur. 404.) [NOPITSCH, p- 8. sq. DUPLESSIS, n. 825.] Deze : zeer oude Verzameling, welke hier meer om het Latijn is ter sprake gebracht dan om het Deensch, is meerrmalen, doch telkens onder eenen veranderden naam, in het licht gegeven. In de oudste uitgaaf heette dde vervaardiger Petrus Laale, d. i. Laalandus of Laglandicus, blijkens het epigram, waarmede het boekk eindigt : Anno milleno quingenteno quoque sexto Haffnye per quendam Gotfridum nomine Gemen Terminus huic libro condignus nune tribuatur, Quem Petrus Laale composuisse fatur. Op dden titel van de oudste uitgaaf, welke Prof. Nyerup in herdruk en met aanteekeningen voorzien bezorgd l heeft, wordt de vervaardiger genoemd: iustissimus legifer et divinarum virtutum optimus prae