OCR
Dee letterkundige hulpmiddelen, waarvan ik mij bediend heb om de spreekwoorden cop te sporen, die Erasmus in het Latijn, en dus bedektelijk , heeft aangeduid als iin zijnen tijd en onder zijne landgenooten in zwang zijnde, kunnen in twee soortten onderscheiden worden. Het zijn namelijk òf eigenlijk gezegde Verzamelingeen van spreekwoorden, zoo als er reeds zeer vroeg, en zelfs vóór den tijd van Erassmus, begonnen zijn hier en elders vervaardigd te worden; òf het zijn andere geschhriften, vooral dichtstukken uit vroegere eeuwen, deels in het Nederlandsch, deelss in het Hoogduitsch, of ook wel in het Latijn geschreven, waarin als ter loopss, bij het behandelde onderwerp, het een of ander spreekwoord is te pas gebraacht. Weellicht had ik kunnen volstaan met de opgave van hetgeen in die Verzamelingern gevonden wordt. Doch ik heb het raadzaam geacht hier ter plaatse, telkens wannaeer het te pas kwam, daarbij ook nog mededeeling te doen van de spreekwoordden, die ik òf zelf had aangetroffen in eenige van de belangrijkste letterkundilige voortbrengselen der Middeleeuwen, of die anderen: daaruit hadden opgezamelild en ten algemeenen gebruike door den druk bekend gemaakt. Hieruit toch voorahl zou moeten blijken, dat die spreekwoorden werkelijk in gebruik geweest zim tten tijde van Erasmus. In dit opzicht echter heb ik gemeend niet verder te moeteen gaan dan hetgeen of in het Duitsch of in het Hollandsch of in het Latijn geschnreven was; daar men toch wel zal mogen aannemen, dat Erasmus zich slechts uit diie talen de spreekwoorden zal gedacht hebben, wanneer hij zegt dat zij onder zijne l] landgenooten in gebruik waren. Want de Duitsche Letterkunde van dien tijd betreft, daarvoor is mij zeer te staade gekomen het werk van Von Zingerle, waarin hij de spreekwoorden, die in dee middeleeuwsche geschriften gevonden worden, heeft te zamen gebracht en onder: hoofdwoorden in alphabetische orde gerangschikt. -De titel is: I. Die deutschen Sprichwörter im Mittelalter. Gesammelt von Dr. Ignaz V. Zingerle. Wien, 1864. 8°. (pp. 199.) Door r het gebruik van dit boek was het mij mogelijk , iets waartoe ik anders niet in staat zou geweest zijn, Ondersclcheidene spreekwoorden op te geven uit de volgende meest klassieke geschriften: Ulr. Boner, Colm, Fastnacichtspiele, Frauenlob, Freidank’s Bescheidenheit, Gliers, Haslau, Heinzelin, Hohenfels, Keller’s Swinke e, Liedersaal, Morolf, Miglin, Muskatblut, Neidhart, Renner, Ring, Sachsenspiegel, Singenber o 5? Heinr. d der Teichner, Trojanischer Krieg, Vindler, Walscher Gast, Walther. Uit-ddeze en nog zéer vele andere, deels ook uit nog niet uitgegeven geschriften van dien tijd, heeft