OCR
XVII zijneer Nederduitsche Spreekwoorden (Middelb. 1727, 4°.) p. 4. schrijft: -Zekerlyk dat de Spreekwoorden eens; nagespeurt wierden, vereischte het grondig verstand onzer loffelyke Moedertaal; ook tot nut den dageblyksche gesprekken in de onderlinge t’zamenleving. Dus is ’t geschiet in ’t Latijn. Behalven de zo bekernde en geroemde Adagia van den geleerden Erasmus, hebben verscheide met nauwkeurige vlyt uitgekippt en in druk gegeven de Spreekwoorden en opmerkelyke zegswyzen uit Plautus, Terentius en diergelykke Schryvers, die by de Latynen van dien tyd in dagelyks gebruik zyn geweest. Zal dan niemand der INederlanderen zo veel achting en liefde voor zyne Moedertaal hebben, dat hy aan zyne Spraakgenooten dien. dienst doe? Indien ymand dit verricht had voor eenige eeuwen, zulk een boek zoude nu een raar en beegeert juweel zyn. Dan zoude men naar den zin van veele overblyfzels der aaloudheid, in verschimmeldde gedenkschriften, zo niet met onzekerheid behoeven te gissen en te raaden.” TI Wan de Middel-Nederlandsche letterkunde heb ik onderscheidene stukken zelf ` onderzocht en met het bepaalde doel doorgelezen om de daarin voorkomende spreeekwoorden op te zamelen. Dat dit onderzoek niet overal evenveel zou oplevereen, kon ik vooraf met grond vermoeden. Van sommige stukken was de oogst zeer“ onbeduidend; in andere daarentegen heb ik wel een vrij belangrijk aantal spreeekwoorden aangetroffen, doch daaronder waren er slechts betrekkelijk weinig, die iik hier heb kunnen te pas brengen. Het vruchtbaarste waren de Reinaert de Vos;, Der Minnen loep, de roman Die Rose en de gedichten van Hildegaersberch. Daaarvan gebruikte ik de volgende uitgaven: 3, Reinaert de Vos, episch fabeldicht van de twaelfde en dertiende eeuw, met aenmerkingen en ophelderingen van J. F. Willems, tweede druk, Gent 1850. 8°. Ditt gedicht is in twee boeken verdeeld, waarvan het eerste, uit 3488 verzen bestaande, tot de XIIe eeuw gebraccht wordt, en het tweede dat 4428 verzen bevat, ais vervolg van het eerste beschouwd en gerekend wordté in de XIIIe eeuw geschreven te zijn. Het geheel bedraagt alzoo een getal van 7816 verzen met doorlooopend nummer. Het is opmerkelijk hoeveel talrijker het gebruik van spreekwoorden in het tweede deel isis, dan in het eerste. Wat ik als zoodanig heb aangeteekend, betreft de volgende verzen: [n bhet eerste boek: 181. 2. 257—9. 564. 672. 770—2. 1634. 3179—81. 3182. 3308—10. 3469—70. In bhet tweede boek: 3677-80. 3685—6. 3687. 3954. 5. 6. 4110.12. 4126—7. 4136. 7. 8. 9. 4187-93. 4199— 4202. 4208—-9. 4262—3. 4268— 71. 4272. 4273. 4295. 6. 4320—22. 4366. 7. 4430. 1. 4432. 5. 4564. 4565. ( 6. 4567. 8. 4569—70. 4588. 4589—90. 4621. 4639. 4685. 4751. 4. 4766—70. 4771. 4804—5. 4806— 7. 4808—11. 4812—14, 4826 - 29. 4860. 4863. 4864. 4865—-7. 4868—9. 4907. 4938. 4982— 3. 4995. 5016. 58901. 5897—8. 5928. 5932 4, 60289. 6032. 8. 6040—45. 6052—3. 6150--3. 6154—7. 6370—1. 6372——3. 6449—50. 6464—66. 6725. 6. 6812. 6867. 7293—6. 7297—8. 7299—7302. 7417—19. 7433—37. 7678—80. 7689—91. 7714—18. 7720—22. 7727. 7742—43. 7806. Hett zou m. i. niet onbelangrijk wezen uit de onderscheidene bewerkingen, die aan dit klassiek gedicht ook inn andere talen zijn te beurt gevallen, de spreekwoorden op te zamelen en onderling te vergelijken. Daaruitit zou kunnen blijken, in hoeverre ieder spreekwoord òf woordelijk uit de eene in de andere taal overgelbracht is, of wel die wijziging ondergaan heeft, welke de aard van de taal des bewerkers vorderde. bewerkiking: misschien ook voor de bepaling van den tijd, waarin de onderscheidene bewerkingen vervaardiggd zijn. 4. Der Minnen Loep, door Dirc Potter, uitgegeven door P. Leendertz, Wz. Leiden 1845—47. 8°. De v vervaardiger van dit uit vier boeken bestaande gedicht, die zich door de voorletters van de tien III