OCR
È XIII andeder punt zullen kunnen verbeterd worden of wel aangevuld met hetgeen hun onbebekend gebleven is. 1) D Die inlichting betreft de uitvoering van den druk van hetgeen ik uit de Adagia ter t bewerking heb overgenomen. Daarin heb ik namelijk drie wijzigingen aange bracacht, waarvan elke, zoo ik meen, hare bijzondere nuttigheid heeft. + VVooreerst heb ik het door Erasmus bedoelde spreekwoord van zijnen tijd, met geszspatieerde letters laten drukken, zoodat reeds dadelijk bij den eersten oog 1) 1) De titels van deze twee belangrijke werken, die ik meermalen zal moeten aanhalen, luiden aldus: l. Literatur der Sprichwörter. Ein Handbuch fùr Literarhistoriker, Bibliographen und Bibliothekare. Verfasset von Chr. Conr. Nopitsch, — Zweite Ausgabe. — Nürnberg 1833. 8°. (pp. 284.) Hoe die benaming van Zweite Ausgabe te verstaan is, vernemen wij van Hanus, die in Serapeum, XVIII Jhrg. (1857) p. 156 zegt: Die Ausgabe vom J. 1833, die sich im Buchhandel zu befinden pflegt, ist weder eine bessere noch eine neue Ausgabe, sondern der Buchhändler gab zu der alten Ausgabe (vom J. 1822) nur ein neues Titelblatt.” i 2 2. Bibliographie parémiologique. Études bibliographiques et littéraires sur les ouvrages, fragmens d'ouvrages et opuscules spécialement consacrés aux Proverbes dans toutes les langues. Suivies d’un Appendice, contenant un choix de curiosités parémiographiques. Par M. G.-Duplessis. Paris 1847. 8°. (pp. 520). Als\ls een derde geschrift van denzelfden aard, doch van beperkten omvang, mag hierbij genoemd worden: Die Deutschen Sprichwértersammlungen nebst Beiträgen zur Characteristik der Méusebachschen Bibliothek. Hine bibliographische Skizze von Julius Zacher. Leipzig, 1852. 8°. (pp. 55.) Voo'oorts wordt er voor de Literatuur der Spreekwoorden sedert geruimen tijd met verlangen uitgezien naar Ir het werk van J. Franck, voorheen Sub-rector te Annweiler, thans Rector te Landau (Rheinpfalz), waaraaraan die Geleerde reeds langer don 25 jaren gearbeid heeft, doch door drukke ambtsbezigheden verhinderderd wordt dien arbeid ten einde te brengen. Van enkele proeven, die hij intusschen daarvan reeds geleververd heeft in het Serapeum en in andere tijdschriften, zullen wij later gelegenheid hebben melding te makencen. Over den toestand van zijnen arbeid heeft Franck — in een brief van Febr. 1867 aan Wander, die de dezen in de Voorrede van zijn Sprichwòrter-Lexikon I. p- Xvi heeft medegedeeld — zich aldus uitgelaelaten: »Die Ausarbeitung der Literatur des Sprichworts kann nur sehr langsam vorricken, aber sie arlicktekt doch stets, wenn auch unmerklich vor. Sind nur einmal die schwierigsten Theile, das 15. und 16. “Jahrthrhundert, beeudet, so wird ein rascheres Arbeiten eintreten. Und aus diesen Zeitriumen sind denn „jetzt zt so ziemlich heftweise abgeschlossen die Monographien: Proy. Comm., Werdea, Bebel, Tunniciùs, I r ?appppa, Agricola, Franck, Klugreden, Peter, Zinkgref, Lehmann u,s. w. und die einschlägigen secundären | Werkerke des Brant, Murner, Erasmus, Cato, Fischart, Kaisersberg, Boner, Mathesius, Gengenbach und "gegenzen 30 andere. — Was die Bearbeitung betrifft, so habe ich mir allerdings cine grössere, aber auch f »schwicwierigere Aufgabe gestellt als Nopitsch, Duplessis und Zacher. Abgesehen von der durchaus «unkrikritischen Arbeit der beiden erstern und der cuantitativ ungeniigenden des letztern, haben diese Vorygingenger nur wirkliche Sammlungen verzeichnet, wahrend ich neben diesen (mittelhochdeutsche inbe\griffenffen) auch sämmtliche, nur einigermassen sprichworterreiche Biicher und Schriften jeden deutschen »Literderaturzweigs bis auf die neueste Zeit in den Kreis meiner Arbeit ziehen will; Schriften, von denen oft „eine «€ einzige mehr Sprichwörter enthält als die gepriesenste Sammlung. — Was ferner die Methode der «Bearbarbeitung betrifft, so werde ich jedes einzelne Werk nach dén jetzigen Anforderungen der Bibliogra | «phie, ie, mit Benutzung aller mir zugänglichen Hiilfsmittel nach der Zeitfolge ausführlich beschreiben , auch „bei äl ältern Werken die Bibliotheken namhaft machen, wo das beschriebene Buch zu finden ist. Daran [reiht ht sich eine Besprechung des proverbialen Buchs nebst einer kurzen Biographie des Verfassers; und “den Si Schluss, wenigstens bei wichtigern Werken, bildet eine Schriftprobe.”